Erfgoeddingen
Ding 7. Historie 2.0

[ A+ ] /[ A- ]

historie20

Afgelopen weken heb je kennis gemaakt met sociale media die je kunt inzetten bij het versterken, verbreden en delen van erfgoedactiviteiten. In dit laatste ding kijken we naar wat sociale media nou anders maakt dan traditionele media en hoe het de manier van communiceren heeft veranderd. Hoe kun je als erfgoedinstelling, erfgoedexpert en/of liefhebber gebruikmaken van deze laagdrempelige communicatiemiddelen?

 

 

Wat zijn nou die krachtige eigenschappen waardoor sociale media zo goed werken? Laten we eens de belangrijkste eigenschappen op een rijtje zetten. Mogelijk heb je ze zelf ook al ontdekt op jouw tocht langs de diverse sociale media.

Laagdrempelig en snel
Sociale media hebben een enorme vlucht genomen en velen hebben het volledig omarmd. Mensen kunnen zich op een geweldige manier uiten en met elkaar in contact treden. Ze vertellen hun verhaal en daar zitten maar al te vaak juweeltjes tussen. Waren we voorheen afhankelijk van uitgevers, krantenmakers, televisie- en radioproducenten, nu kan iederéén publiceren. Jij en ik kunnen de bron van een nieuwsfeit worden. We zien iets gebeuren, maken iets mee en berichten hierover op Twitter of Facebook. Dit nieuwsbericht kan zich dan razendsnel verspreiden, omdat andere mensen het bericht doorsturen. Op deze manier kan een bericht ‘viraal’ gaan: een filmpje of bericht wordt dan zo vaak gedeeld en doorgestuurd, dat het in korte tijd door heel veel mensen wordt gezien. Veel bedrijven zetten hier op in, maar het resultaat is grillig en niet te voorspellen. Bij het ene bericht werkt het prima, bij het andere minder of zelfs absoluut niet. Het kan positief voor je uitpakken als het jouw vereniging of persoon op een positieve manier in de kijker speelt, maar het kan ook ten kostte van jouw imago gaan.

Voorbeeld: Een bekend voorbeeld van een negatieve campagne was de hetze die cabaretier Youp van ’t Hek op Twitter startte tegen de slechte klantenservice van T-Mobile. Omdat heel veel mensen Youp van ’t Hek op Twitter volgden en massaal zijn berichten doorstuurden, werd de olievlek en daarmee de druk op het bedrijf snel enorm groot. Het bedrijf werd daarmee gedwongen zijn aanpak te verbeteren. Voor klanten positief, voor T-Mobile was het een lastige situatie.

10570364_10153148833099768_4606461233023171069_nDelen
Mensen vertellen graag een verhaal, laten graag zien wat ze doen, waar ze zijn, wat ze hebben meegemaakt etc. Dit wordt massaal gedeeld op sociale media. Zo maken ze anderen deelgenoot, creëren ze betrokkenheid en laten ze mensen zien wat ze ‘waard’ zijn.

Het principe van delen vormt inmiddels een belangrijk onderdeel van onze economie, waarbij we steeds minder bezitten en steeds meer met elkaar delen. Van eten, vervoer, huizen, spullen tot menskracht.
Kijk maar eens naar deze opsomming van deelinitiatieven.

Voorbeeld: Het succes van de bewustwordingscampagne voor de spierziekte ALS bereikte binnen enkele weken een hoogtepunt dankzij sociale media. Gestart door fans van de honkballer Pete Frates die onder de hashtag #icebucketchallenge aandacht voor de spierziekte wilden genereren. Zij deden dit door een emmer ijswater over hun hoofd te gooien, te doneren en anderen te nomineren om binnen 24 uur hetzelfde te doen. Uiteraard werden de filmpjes op Facebook geplaatst en stroomden de tijdlijnen van alle Facebook-gebruikers vol met filmpjes van vrienden die hetzelfde deden.
Deze actievorm was al eens eerder opgestart, waarbij de deelnemers zelf een goed doel mochten uitzoeken. Deze actie had minder succes. De actie werd pas écht een wereldwijd succes toen het aan een specifieke ziekte (ALS) werd gekoppeld.

durftevragen6Expert vs de gemeenschap
Er is een verschuiving ontstaan in autoriteit. De expert was voorheen het logische aanspreekpunt. Met vragen ging men naar instanties als de bibliotheek of het archief. Tegenwoordig worden vragen veelal beantwoord met behulp van sociale media. Mensen stellen hun vraag aan de gemeenschap, ervaringsdeskundigen, hobbyisten, de casual historisch geïnteresseerden, mensen met zoekvaardigheden etc. Mensen die we persoonlijk kennen, in ons netwerk zitten, maar ook wildvreemden gebruiken sociale media en geven snel antwoord. Media als Twitter en Facebook stellen mensen in staat hun expertise te tonen en te delen. Mensen zijn sneller geneigd hun vraag te stellen aan de gemeenschap, dan aan de expert achter zijn bureau. De snelheid waarmee antwoorden worden gegeven en mensen geholpen is verbluffend en voor experts nauwelijks te bevatten. De gemeenschap bepaalt wie goed is en wie wordt vertrouwd.

Voorbeeld: #durftevragen of #dtv. Stel je vraag op Twitter en voeg daar één van de twee hashtags toe. Andere Twitteraars zien jouw bericht in hun tijdlijn langskomen en geven je belangeloos en snel antwoord. En dat kan razendsnel gaan. Het is een werkmethode die ook buiten Twitter goed werkt. Door vragen te stellen en het collectief de antwoorden aan te laten dragen. Lees meer over het initiatief.

Is je rol als expert dan uitgespeeld en is jouw kennis niet meer van belang? Integendeel! Als expert vorm je deel van het geheel. Je levert je bijdragen aan de discussies, toont jouw kennis door middel van berichten op sociale media en laat je zien dat je bereid bent jouw kennis te delen. Daarmee wordt jouw kennis zichtbaar, laat je anderen zien dat je deskundig bent en zal er vaker een beroep op je worden gedaan. Op deze wijze worden bijvoorbeeld boeken geschreven en gratis weggegeven, met als doel dat anderen zien wat voor kennis je in huis hebt. Opdrachtgevers zien wat je kunt en zullen geneigd zijn jou sneller in te huren, dan degene die hun kennis minder zichtbaar etaleren. Voorheen was het boek juist je inkomen en nu wordt ’t gratis weggegeven en gaat het juist om het werk wat er uit voortvloeit. Sociale media bieden je als expert dus juist ongekende mogelijkheden, mits je in staat bent jezelf de nieuwe werkmethode eigen te maken.

En ben je zelf op zoek naar een antwoord, dan is de weg naar een expert via sociale media vele malen kleiner dan via telefoon of mail (tenzij je de persoon persoonlijk kent). Je volgt hem of haar via Twitter, of maakt vrienden via Facebook. Je stuurt een berichtje en als het iemand is die een actief sociaal media gebruiker is, zul je snel antwoord, of een aanknopingspunt voor een vervolggesprek krijgen.

1384952210_58d6c3b6ca_oSamen
Omdat je als deel van het geheel functioneert, ben je ook beter in staat om samen met de mensen die je volgen, kennen, mee bevriend bent, activiteiten te organiseren. Het is een spel van actie, reactie en interactie. Een oproep om informatie of hulp zal sneller worden beantwoord dan wanneer dat via traditionele media zou gaan. Je kunt bijvoorbeeld samen met je volgers werken aan het volledig maken van de informatie of het ontwikkelen en financiëren van een nieuw product.

 

 

Voorbeeld: Wikipedia is een door internetgebruikers samengestelde encyclopedie. De verzameling artikelen is binnen een paar jaar enorm snel gegroeid. Artikelen zijn over het algemeen betrouwbaar en door samenwerking en sociale controle blijven de artikelen actueel en worden fouten snel uitgefilterd. Was deze klus overgelaten aan experts, dan was in dezelfde periode slechts een fractie van informatie samengebracht en dit tegen veel hogere kosten.

Zo zijn er veel prachtige voorbeelden te vinden, waarin veel mensen belangeloos en in korte tijd een enorme berg werk verzetten. Onder het motto ‘vele handen maken licht werk’ doen een heleboel mensen elk een klein stukje werk voor een omvangrijke klus. Crowdsourcing wordt dit genoemd. Anders dan bij outsourcing (uitbesteden van werk) is bij crowdsourcing geen sprake van het inhuren van een bekende partij. Mensen (of organisaties) worden opgeroepen mee te doen via het web. Wie gaat bijdragen kun je niet voorspellen. Soms zijn de resultaten verbluffend. Zo worden landen schoongemaakt (zie video) en worden op grote schaal monumenten en natuurgebieden op foto vastgelegd en ontsloten. In een artikel op de website Frankwatching, wordt een overzicht gegeven hoe de erfgoedsector Crowdsourcing in kan zetten.

maskerTaal en authenticiteit
Wie zich op het pad van de sociale media begeeft, zal merken dat de manier van met elkaar omgaan erg informeel is. We spreken elkaar met je en jij aan, schrijven korte berichtjes die over alledaagse dingen gaan, verrassen elkaar met originele berichten, gebruiken humor, hebben meningen en nemen soms geen blad voor de mond. Als je als organisatie aan de slag gaat met sociale media zul je die manier van omgaan moeten leren toepassen. Je moet het aanvoelen. Weg van het formele, weg van de zakelijke mededelingen. Vermijd ook archaïsch taalgebruik. Je gaat het gesprek aan alsof je recht tegenover iemand staat. Daar wringt vaak de schoen. Dan wordt er bijvoorbeeld boven een Facebook-reactie “Beste Jan” geschreven en geëindigd met “de vriendelijke groeten”. Een stijl die bij briefschrijven hoort, maar niet bij sociale media. Waar het om gaat is het gesprek wat je aangaat, de belangstelling voor elkaar, de bereidheid tot elkaar helpen en de bereidheid om wat te doen met het advies dat de ander geeft.

Voorbeeld: Uit de praktijk komt een voorbeeld waarbij een historische vereniging een krantencolumn plaatste op Facebook. De link verwees naar de homepage van de website van de vereniging. Een geïnteresseerde lezer klikte op de link in de verwachting de column te kunnen lezen. Na veel zoeken werd het artikel eindelijk gevonden. In een opmerking bij het bericht op Facebook schreef de lezer dat het wel erg lastig terugzoeken was en dat de vereniging beter een directe link naar de column kan plaatsen. Op formele wijze werd verdedigd door een medewerker van de vereniging dat de site zo veel goede andere informatie bevat en dat ze het fijn vonden dat de bezoeker dat ook zag. In de discussie die ontstond kreeg de lezer bijval van anderen. Naar aanleiding hiervan besloot de vereniging voortaan het de bezoeker makkelijk te maken en de directe link naar de columns te plaatsen. Lering uit dit verhaal is, luister naar het advies dat je krijgt en doe er alles aan om de geïnteresseerden zo snel mogelijk naar de juiste informatie te leiden. Mensen zijn ongeduldig en haken snel af als ze niet direct bij de beloofde informatie komen.

De conversatie aangaan en verhalen vertellen, daar gaat het bij sociale media om. En verhalen heeft een historicus genoeg. Prachtige verhalen en anekdotes. Een kijkje achter de schermen, leuke weetjes, grappige voorvallen, mooie foto’s, interviews, prijsvragen, noem maar op. Via sociale media kan je dus een goed verhaal vertellen en anderen daar op laten reageren. En dat kan je stimuleren door vragen te stellen. Vragen naar feiten, ervaringen, herinneringen, meningen, aanvullingen etc. En zorg dat je reageert, want niets is zo vervelend als iemand die nooit reageert op reacties van anderen. Want dan zijn we alleen aan het ‘zenden’ en sociale media is veelrichtingsverkeer.

Voorbeeld: Een prachtige site is Retronaut.com. Zij weten veel publiek te trekken met historische content. Door het mooi en creatief te presenteren, spreken ze tot de verbeelding van velen. En dat is een sleutelbegrip bij sociale media. Door creatief met het verhaal en de content om te gaan, val je op en spreek je aan. Meer over Retronout in een artikel op Erfgoed 2.0 waarin het S.P.E.E.D. principe achter de site wordt uitgelegd.

apenOpen en transparantie
Met de komst van internet en sociale media is de manier waarop we met bedrijven en elkaar communiceren drastisch en blijvend veranderd. Het is geen eenrichtingsverkeer meer, waarin een bedrijf middels een brief, krantenartikel, reclamespotje en dergelijke met haar achterban communiceert. Sociale media laat mensen meepraten en meedoen. Van monoloog naar dialoog. Mensen bemoeien zich met jouw vereniging, hobby, bedrijf en geven hun ‘ongevraagde’ advies in de vorm van reacties, tweets, berichten etc. En dat kan eng zijn. Het gevoel geven geen controle te hebben. Het is een nieuwe benadering die niet alleen gewenning vergt, maar ook vereist dat je mensen vertrouwt. Als jij eerlijk en open bent, dan zullen anderen dat ook zijn. Wie vertrouwen en transparantie zaait, zal hetzelfde oogsten. Dat is dus niet de schuld elders leggen, verdedigen, je schuil houden, vanuit de hoogte communiceren en zaken verzwijgen. Het is wel de discussie met open vizier aangaan, beargumenteren, uitleggen en om hulp en advies vragen en ook laten zien daar serieus mee aan de slag te gaan. Deze grondhouding is essentieel om te slagen op sociale media en mensen aan je te binden. Kan je dat niet of ben je bang voor de resultaten, begin er dan niet aan.

mediaRelatie tussen diverse media
Sociale media vormen geen doel op zich en zijn geen ‘leuk dingetje erbij’. Sociale media zijn volwassen media die hun eigen aanpak vergen. Niet geïsoleerd, maar als onderdeel van de communicatiemiddelen die er al zijn. Traditioneel en sociaal gaan hand in hand, horen bij elkaar en versterken elkaar. Door naar elkaar te verwijzen en door de sterke kanten van elk medium te benutten, zonder overal hetzelfde bericht te plaatsen. Want dat zie je maar al te vaak. Door even klakkeloos het persbericht ook op Facebook en Twitter te plaatsen, of alle tweets gelijk op Facebook te zetten en vice versa. Mensen die je op al deze kanalen volgen, zien tot vervelends toe alle berichten dubbel langs komen. Bedenk dat je op de verschillende media op verschillende manieren een evenement, nieuwsfeit of activiteit kunt benaderen. Plan dat, maak een draaiboek en neem alle media-uitingen daar in op. Bedenk per activiteit wie, wat, voor wie, op welk moment en via welk medium je communiceert. Voor, tijdens en na afloop van het gebeuren. Media-uitingen noemen we ‘content’ en het draaiboek de ‘contentplanning’. Een handig hulpmiddel is de issuekalender, waarin alle landelijke dagen, weken, jaren van… verzameld zijn. Zo vergeet je nooit meer een moment waar je met jouw kennis en verzameling op in kunt haken.

We hebben intussen heel wat media de revue laten passeren, maar hoe verhouden die zich tot elkaar, wat gebruik je waarvoor? Een kort overzicht in steekwoorden.
Website: formele gegevens, berichten, beeldbank, catalogus etc.
Blog: achtergrondartikelen, personal interest, kennis laten zien. Langere artikelen.
Twitter: korte berichten, vragen beantwoorden en stellen, promotie website, vermelding blogartikelen, promoten activiteiten etc. Probeer in 140 tekens de essentie weer te geven en mensen nieuwsgierig te maken.
Facebook: langere berichten, vragen beantwoorden en stellen, promotie website, blog en activiteiten, kijkje achter de schermen, personal interest, interactie, prijsvragen etc. Probeer hier met foto’s, video’s en berichten mensen te betrekken, nieuwsgierig te maken, te verrassen en lok reacties uit. Zorg ook dat je zelf reageert.
YouTube, Flickr: dit is de plek waar je beelden deelt, waar veel mensen komen als deel van het grotere geheel. De beelden kun je op je website, blog, Facebook en Twitter plaatsen.

Ontdekoefening
– Neem een activiteit, evenement of andere gebeurtenis die jij of jouw erfgoedinstelling gaat organiseren. Bedenk hierbij hoe je de verschillende media – traditioneel en sociaal – gaat inzetten, om meer mensen te betrekken en te bereiken. Denk daarbij niet alleen aan het bekendmaken van het evenement, maar ook aan verdiepende activiteiten, een prijsvraag, zaken die je niet tijdens het evenement kunt laten zien, maar wel via sociale media, activiteiten tijdens en achteraf voor mensen die niet geweest zijn, of die het nog even willen herbeleven, etc.
Als je het Engels machtig bent dan is het verhaal van Heritage Open Days over de manier waarop zij sociale media inzetten leuk om te lezen.
– Schrijf over je aanpak een bijdrage op het discussieplatform.

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.