Erfgoeddingen
Van start

[ A+ ] /[ A- ]

Je staat aan het begin van een cursus die je in 7 stappen vertrouwd maakt met de populairste web 2.0 sites, toegespitst op het gebruik in de erfgoedsector. Je zult veel leren, niet alleen zelfstandig maar ook door te communiceren met medecursisten en met jouw coach van de bibliotheek. Maar waar gaat dat web 2.0 nou over?

Je hebt vast wel eens gehoord van de term ‘web 2.0’. De term suggereert dat het een nieuwe en verbeterde versie is van internet en zo kun je het eigenlijk ook zien. In het kort komt het erop neer dat het internet ‘sociaal’ is geworden en meer draait om communicatie tussen mensen. We spreken daarom ook wel over het sociale web. Je hebt vast wel eens een site bezocht die gebruik maakt van het web 2.0-principe. Denk maar eens aan een website van een krant waar je commentaar op het nieuws kunt geven, Picasa waar je jouw foto’s kunt plaatsen, YouTube waar je video’s kunt bekijken en plaatsen en Marktplaats waar je jouw tweedehands spullen kunt verkopen.

Van web 1.0 naar web 2.0
Het internet zoals je dat nu kent, bestaat nog niet eens zo lang. De eerste communicatie tussen computers vond plaats in 1969. Pas in 1993 werden er webpagina’s gemaakt met tekst en foto’s. Het was allemaal erg primitief en kostbaar om een website te bouwen. Alleen bedrijven met geld en personen met technische kennis waren ertoe in staat. Men maakte informatieve pagina’s, vaak niet meer dan digitale folders. Communicatie verliep via e-mail en eventueel via chat, dat was het wel in grote lijnen. De gewone internetgebruiker kon de informatie op het internet alleen raadplegen.

De gebruiker aan het woord
Met de komst van web 2.0 begin deze eeuw, werd het voor de internetgebruiker steeds makkelijker om zelf zijn eigen informatie op internet te zetten. Een eigen website maken is inmiddels een kwestie van een paar muisklikken. Foto’s en video’s worden met het grootste gemak toegevoegd. Mensen reageren op elkaar, verbinden zich met talloze anderen en delen informatie met elkaar. En dat allemaal zo massaal en snel, dat veel mensen deze veranderingen ervaren als een ware revolutie. Deze interactie noemen we web 2.0. In zijn ultieme vorm kunnen we spreken over ‘democratisering van de media’: de gebruiker niet alleen als ontvanger (consument), maar ook als boodschapper en nieuwsmaker (producent). Van passieve naar actieve gebruiker.

Klik voor een grotere versie

Klik voor een grotere versie

Ken je deze foto’s (links)? Beide zijn genomen tijdens de bekendmaking van de nieuwe paus. De één in 2005 de andere in 2013. Zie het verschil! Dit toont duidelijk aan hoe snel het is gegaan met web 2.0 en het gebruik van smartphones en tablets.

De hoeveelheid informatie die nu op het internet te vinden is, wordt geschat op een zettabyte, oftewel een 1 met 21 nullen. Kun je je daar een voorstelling van maken? En al die informatie wordt door mensen zoals jij en ik op internet geplaatst, iedere dag, ieder uur, iedere minuut, iedere seconde.

 

 

Hoe snel het gaat zie je in deze animatie, die continu toont wat er op dit moment wordt gedeeld aan informatie via de bekende web 2.0-sites. Verbijsterend veel.

Klik op de animatie voor de grote versie (via PennyStocks.la)

Maar wat moet de erfgoedsector hier nou mee? Het ging toch al jaren goed zoals we het deden. Doen we het nu opeens fout? Nee, maar het kan ook op een andere manier. Door de middelen in te zetten die zoveel mensen gebruiken, Facebook, Twitter, Flickr, YouTube, ben je in staat veel meer mensen te bereiken. Je bereikt ze sneller en op de plek waar zij vaak online vertoeven. Je raakt makkelijker met ze in gesprek, kan makkelijker een beroep op hun kennis en netwerk doen en samen met hen kun je bouwen aan het lokale historische besef. Je ontsluit je collectie voor meer mensen, maakt met hen historische feiten compleet en maakt jouw kennis en organisatie zichtbaar. Sociale media niet als vervanging van oude werkwijze, maar als waardevolle aanvulling daarop. Hoe je dat kunt doen,  daar ga je in deze cursus over nadenken, door zelf uit te proberen en te ontdekken.

Achtergrondinformatie
Kijk ook eens naar onderstaande filmpjes:

Een korte simpele uitleg van wat web 2.0 is:

In een verhaal vol metaforen wordt het principe achter web 2.0, ofwel sociale media, uitgelegd in dit leerzame filmpje.

Op 7 april 2008 zond de VPRO de documentaire Wiki’s waarheid uit. Aan het woord komen bekende Web 2.0 pioniers als Tim O’ Reilly, Andrew Keen en Jimmy Wales. Het programma geeft een goed beeld van wat de stormachtige ontwikkelingen op het web voor gevolgen heeft voor een maatschappij waarin iedereen informatie aan het web kan toevoegen en veranderen. De uitzending is op de website van Tegenlicht te bekijken.

chromebookAlles ‘in the cloud’
Een term die je steeds vaker hoort en die ook terugkomt in deze cursus is ‘the cloud’. De term cloud staat voor het internet. In feite is het internet je harde schijf geworden. Fabriekshallen vol met computers slaan continu een gigantische hoeveelheid data op. Deze hallen staan verspreid over de hele wereld, op plekken waar veel stroom en koelwater voorhanden is. De programma’s die je gebruikt stellen je in staat om bestanden in the cloud op te slaan. Er zijn zelfs programma’s die je volledig via je internetbrowser kunt gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een tekstverwerkingsprogramma als Word. Deze kun je kopen, maar je kunt ook een online programma gebruiken via je browser. Je doet alles op en via het internet en hoeft in principe geen bestanden meer op jouw eigen computer op te slaan.

Alle programma’s die we in de cursus behandelen, draaien op internet, zijn op elke computer, tablet of smartphone te gebruiken en zijn gratis.

Wat zijn de voordelen van ‘in de cloud’ werken?

  • Je hebt geen zware computerapparatuur en programma’s nodig. Alles gebeurt via de browser.
  • Je kunt overal bij je bestanden, zolang je maar internettoegang hebt.
  • Je kunt in veel gevallen online samenwerken. Dus met meerdere mensen (tegelijk) aan een zelfde project of document werken. Geen verschillende versies meer, maar alle wijzigingen komen in hetzelfde bestand.
  • Je kunt je foto’s, video’s, bestanden, berichten etc. delen met anderen en hebt in grote mate zeggenschap wie jouw bestanden kan zien en gebruiken. Daarmee is het ook een goed alternatief voor het heen en weer mailen van grote bestanden.

Wat zijn de nadelen van ‘in de cloud’ werken?

  • De cloud-diensten zijn standaard en doorgaans voorzien van basisfuncties. Een programma op je computer kan vaak meer, maar de vraag is natuurlijk hoe vaak je die uitgebreide functies nodig hebt.
  • Je bestanden staan online. Wat gebeurt er als de dienst stopt en hoe is het gesteld met je privacy?
  • Wat als je je bestanden nodig hebt op een plek waar geen internet is?

Tot zover de introductie. Snel aan de slag met Ding1!

Print Friendly, PDF & Email

One Response to Van start

  1. Reatie op deel 1 START : De twee kanten aan Wikipedia (Tegenlichtprogramma) zijn goed uit de verf gekomen. Het item Cloudcomputing vond ik informatief.